Slideshare.net (beta)

 
Post to TwitterPost to Twitter
Post: 
Myspace Hi5 Friendster Xanga LiveJournal Facebook Blogger Tagged Typepad Freewebs BlackPlanet gigya icons

All comments

Add a comment on Slide 1

If you have a SlideShare account, login to comment; else you can comment as a guest


Showing 1-50 of 0 (more)

INFO OVER HET WEER

From keesvanger, 8 months ago

Wel erg veel informatie over het weer.<br />Haal de krenten eruit en g more

1010 views  |  0 comments  |  0 favorites  |  39 downloads
 

Categories

Add Category
 
 

Groups / Events

 

 
Embed
options

More Info

This slideshow is Public
Total Views: 1010
on Slideshare: 1010
from embeds: 0

Slideshow transcript

Slide 1: DE MOLENAAR EN HET WEER Kees Vanger maart 12005

Slide 2: Beste mensen. Schrik niet van de grote hoeveelheid tekst en foto’s waaruit de presentatie bestaat. Het geheel is dus nog lang niet af en moet flink uitgedund worden. Dat komt nog wel (eens), Probeer bij het bekijken eventueel de grote lijn aan te houden. Leer echt niet alles uit het hoofd! De diverse wolkentypes heb ik erbij gedaan omdat het me nogal boeide. Het is dus meer voor de liefhebbers. Heb je nog verfrissende ideeën om het op een andere manier uit te werken dan hoor ik het graag. Kees, (die nog steeds zoekende is om HET WEER op een heldere en duidelijke manier aan te kunnen leren!) 2

Slide 3: THEORIE OVER HET WEER. Over het algemeen is het zo dat lagedrukgebieden voor slecht weer zorgen en hogedrukgebieden voor mooi weer. Een hogedrukgebied ten noordoosten van Nederland (Scandinavië) zorgt vaak voor relatief warm zomerweer met oostenwinden en ‘s winters voor mooi, maar veelal koud, winterweer met ook oostenwinden. Bevindt het hogedrukgebied zich ten zuiden van Nederland en bevindt zich een lagedrukgebied of depressie ten noorden van Nederland dan hebben we vaak te maken met typisch Nederland weer; zuidwestenwinden, af en toe regen en veelal bewolkt weer. Hogedrukgebieden brengen niet altijd mooi weer; als ze bijvoorbeeld boven de Britse eilanden blijven plakken, voeren ze vaak met en noordwestelijke stroming wolkenvelden aan. Dit kan, vooral in de vroege herfst en winter (als de zon weinig kracht heeft en de wolken niet op kan lossen) dagenlang grijs en miezerig weer veroorzaken. Hogedrukgebieden brengen dus niet altijd mooi weer. Een lagedrukgebied dat zich in de buurt van Nederland bevindt hoeft ook niet altijd slecht weer op te leveren. Het zijn vaak de storingen of fronten die bepalen of ons veel wolken of regen ten deel vallen. Deze storingen ontstaan op de grenzen van verschillende luchtsoorten. Een warmtefront markeert de grens tussen koele lucht en warme lucht achter het front. Bij een koufront is dit dus precies andersom. Ook is er nog een occlusiefront, waarbij het warmtefront wordt ingehaald door het sneller voortbewegende koufront. De lucht achter een 3 occlusiefront is warmer of kouder dan die ervoor. Dat hangt ervan af welk front “sterker” is.

Slide 4: Hoge- en lagedrukgebieden Het eerste wat je op een weerkaart ziet, zijn de hoge- en lagedrukgebieden. Meestal gaat een hogedrukgebied gepaard met mooi weer, en een lagedrukgebied met slecht weer. Rondom deze drukgebieden zijn isobaren getrokken. Dit zijn lijnen van gelijke luchtdruk waarlangs in grote lijnen de wind waait. Op het noordelijk halfrond draait de wind rond een hogedrukgebied met de wijzers van de klok mee. Bij een depressie is dit net het omgekeerde, namelijk tegen de wijzers van de klok in. Bij een depressie horen echter fronten. Er zijn drie fronten. 1). Ten eerste heb je het koufront, dat wordt aangegeven met een lijn waarop driehoekjes zijn koufront aangebracht. Achter een koufront zit zoals de naam het zegt koudere lucht. Als een koufront passeert vallen er vaak stevige buien en ruimt de wind heel wat graden. 2). Voor een koufront uit bevindt zich het warmtefront. Dit wordt aangegeven met een getrokken warmtefront lijn waarop bolletjes zijn aangebracht. Een warmtefront brengt betrokken en miezerig weer met zich mee. In de winter levert het de vrij zachte motregendagen. 3). Een koufront beweegt zich sneller dan een warmtefront, en na enige tijd haalt het koufront het warmtefront in, en ontstaat er een occlusie. Die wordt getekend door een lijn met daarop occlusie afwisselend bolletjes en driehoekjes. Wanneer de occlusie eenmaal ontstaan is, is de depressie voorbij zijn hoogtepunt en begint 4 het lagedrukgebied op te vullen.

Slide 5: Koufront: blauwe lijnen met driehoekjes Warmtefront: rode lijnen met bolletjes Occlusiefronten: paarse lijnen met driehoekjes en halve bolletjes) 5 Achter een storing komen in onstabiele laag ook buien voor, deze kunnen zich ook groeperen, dan is er sprake van een buienstoring: dat zijn dan de donkere blauwe lijnen op een kaart

Slide 6: Fronten ontstaan op plaatsen waar koude en warme lucht elkaar ontmoeten. We onderscheiden dus drie soorten fronten. d. Koufront: koude lucht verdrijft warme lucht; dit gaat gepaard met wind, veel regen en/of Koufront onweer b. Warmtefront: warme lucht verdrijft koude lucht; minder regen en wind dan bij een koufront c. Gemengdfront: een warmtefront wordt ingehaald door een koufront, waarbij ook wind en veel regen te verwachten valt Voorafgaand aan de passage van een koufront krimpt de wind en daalt de barometer. De passage gaat gepaard met urenlange en hevige regenbuien met windstoten en/of onweer. Daarna ruimt de wind, stijgt de barometer en daalt de temperatuur. Ook volgen daarna de opklaringen. Enkele dagen voor de passage van een warmtefront betrekt de lucht met hoge bewolking. De bewolking wordt geleidelijk donkerder van kleur naarmate ze van hoge via middelbare overgaat in lage bewolking. Deze lage bewolking bestaat uit regenlucht met langdurige motregen of regen. Voor de passage krimpt de wind en daalt de barometer. barometer Na de passage ruimt de wind, daalt de barometer niet verder en stijgt de temperatuur. Na het front volgt een laag egaal wolkendek met nevelig en regenachtig weer. Bij de passage van een gemengdfront bestaat de bewolking uit een combinatie van buienwolken en regenwolken met veelal urenlange neerslag. Voor de passage zien we de kenmerken van een warmtefront en na de passage die van een koufront.` 6

Slide 7: windrichting met de wijzers van de klok mee en naar buiten gericht windrichting tegen de wijzers van de klok in en naar binnen gericht 7

Slide 8: In de volgende figuur zien we dat het weer in onze streken wat handzamer is. Het is het einde van een vorstperiode en voor de kust ligt een Occlusiefront dat 12 uur later zelfs ijzel veroorzaakte. Aan de afstand tussen de isobaren is te zien dat het niet de moeite waard was om de molen op te zeilen. Bij de zuidpunt van Groenland zien we een depressie die er niet om liegt! 8 We zien dus dat we van allerlei gegevens uit een weerkaart kunnen halen.

Slide 9: DEPRESSIEKERN TREKT TEN ZUIDEN LANGS. LANGS Wanneer een depressiekern ten zuid langs trekt (over België of Noord-Frankrijk) bevinden wij ons in een betrekkelijk rustige bovenzijde van de depressie. Het begin van de invloedsfeer van de depressie is steeds hetzelfde nl. de hoge bewolking neemt toe, de wind krimpt en de barometer gaat dalen! Na enige uren is de bewolking toegenomen, maar vooral de wind (die matig is) krimpt voortdurend. Wanneer de wind Z.O. is en steeds verder krimpt, terwijl de bewolking slechts langzaam toeneemt en steeds in het zuiden dichter is dan in het noorden kan het soms licht gaan regenen. Grote kans dat dan de depressiekern ten zuiden langs trekt. Wanneer de kern van de depressie dichterbij komt, krimpt de wind door naar oost. Weer later, wanneer de depressiekern Z.O van ons gelegen is, is de wind zwak en verder doorgekrompen naar N.O. tot Noord De molenaar laat de kruiketting steeds krimpend liggen, want de wind zal doorkrimpen naar het Oosten of Noord-Oosten is zwak tot matig. De soms voorkomende regen houdt weer op en de bewolking wordt steeds minder. Een ruiming van betekenis als gevolg van een frontpassage zal niet gebeuren, omdat er geen front passeert, maar ten zuiden van ons land trekt! In’t kort: wind krimpend van zuidwest of zuid naar zuidoost, later oost Bewolking neemt toe (Ci Cs As) en de barometer zakt langzaam en geleidelijk Barometer stopt met zakken en de bewolking wordt niet meer dikker Wind zwak tot matig en zal doorkrimpen tot zuidoost of oost.(of noord) 9 Barometer gaan dan weer langzaam stijgen en de bewolking wordt dunner

Slide 10: DEPRESSIEKERN TREKT RECHT OVER Deze passage komt niet zo veel voor, maar is wel de gevaarlijkste voor de molenaar. De eerste tekenen zijn weer een toename van de hoge bewolking. Dus windveren/gelaagde bewolking/middelhoge egaal grijze wolken en later zal het gaan regen. (zie wolken warmtefront) Let op de vrij snelle en diepe daling van de barometer! De depressiekern is dan in de buurt De wind zal dan diep krimpen tot ongeveer oost en de wind is daarbij matig. Later wodt de wind zwak of valt zelfs geheel weg. Kijk dan goed naar de wolken! Zit je in een depressiekern dan breekt de lucht even open, maar komt de bewolking al uit het zuidwesten of westen wees dan op je hoede! Grote kans dat de hoede wind al vrij snel meer dan 180° graden gaat draaien en dus achter de zeilen komt. Bovendien neemt de windkracht tot tot een stormachtige wind. Hierbij is onweer mogelijk. Stoppen en de molen zo snel mogelijk afzeilen. In’t kort. Wind krimp zuidoost. Bewolking neemt toe ( Ci Cs As) Barometer daalt diep en snel, temperatuur stijgt Regen en motregen en de barometer daalt verder Barometer stopt met zakken, zuidoosten wind wordt zwak, onregelmatig of valt weg Wolken drijven uit west Wind komt plotseling hard uit noordwest (storm) 10 Felle opklaringen, barometer stijgt snel later kans op buien

Slide 11: DEPRESSIEKERN TREKT TEN NOORDEN LANGS BIJ EEN WARMTEFRONT Eerste tekenen: toename hoge bewolking. Soms wel honderden kilometers voor de warmtefront passage. Deze windveren (cirrus) geeft de trekrichting al aan van de naderende depressiekern. De wind zal gaan krimpen van Z.W, naar Zuid. De barometer staat stil of begint te dalen. De lucht trekt dan geleidelijk dicht met een egale, zeer dunne, sluierachtige bewolking. Nl. Cirrostratus. De zon kan er nog doorheen schijnen en veroorzaakt nog schaduwen op de grond. Vaak kun je een kring om de zon of maan zien. De wind krimpt en is meestal matig. De barometer zakt geleidelijk verder en de temperatuur gaat stijgen. Later gaat de bewolking over in een dichte grijze, egale en gelaagde bewolking, waardoor de zon nog net als een lichte plek zichtbaar is. (Altostratus) Deze bewolking zit op het grensvlak tussen de warme en koude luchtlagen. Uiteindelijk zal de warme lucht de koude verdrijven. Spoedig gaat het regenen. Meestal motregen. ‘s winters dus oppassen geblazen voor ijzel. Het warmtefront nadert. De wind is meestal zuidoost. De barometer zakt verder en de temperatuur neemt nog steeds toe. Wanneer het warmtefront boven de molen komt, zie je wolkenflarden onder een egaal grijze regenlucht. Het gaat harder regenen. Let dan op de bewolking uit het zuidwesten! Wanneer de lucht oplicht in het zuidwesten en overgaat naar de lage grijze bewolking (Stratocumulus) Bovendien wordt het droog, maar de wind gaat ruimen naar Z.Z.W.of West. De barometer zakt niet meer of stijgt iets. Dan zit je inde warme sector met vochtige, relatief warme lucht. Soms is regen mogelijk De duur van 11 warme de sector is kort soms 1 á 2 uur of langer soms een dag. Hierna komt een koufront!

Slide 12: DEPRESSIEKERN TREKT TEN NOORDEN LANGS BIJ EEN KOUFRONT: Een koufront trekt wel tweemaal sneller dan een warmtefront. Een koufront is de overgang van warme, vochtige lucht naar een droge, koude luchtsoort van noordelijke afkomst. Koude lucht is zwaar. Een goed ontwikkeld koufront komt snel en plotseling en is daardoor een gevaar voor de molen. Een koufront is te herkennen aan een snel donker en steeds breder wordende wolkenband. Deze nadert de molen aanmerkelijk ruimend t.o.v. de heersende wind en strekt zich uit langs de gehele horizon. In een stevig koufront is kans op onweer en zal de wind verder gaan ruimen en toenemen.De barometer daalt snel en sterk. Dan goed oppassen! Hoe slechter da barometer staat hoe verder de wind zal ruimen. Wanneer de frontale bewolking van een zwaar koufront dichterbij komt wordt deze steeds donkerder. Soms komt er een zoom in voor. Een scherpe vrij rechte afscheiding van de donkere wolk en een lichter soms fel wit gedeelte daaronder. Op het moment dat de zoom passeert zal de wind flink toenemen en ruimen. Na de passage van een koufront stijgt de barometer meestal snel. De lucht breekt. De bewolking lost soms geheel op in de koude droge lucht. De zon gaat schijnen. De wind valt vaak geheel weg, maar neemt daarna vaak flink toe. Let daar op. De hevigste herfststormen komen vaak pas enige tijd na de koufrontpassage.De onbewolkte luchten worden al 12 snel gevolgd door een kleine, maar later grote stapelwolken die overgaan in buien. De beruchte noordwesten-buienluchten (maar wel heel erg mooi….Kees)

Slide 13: SOORTEN BEWOLKING Cirrus HOGE BEWOLKING 5-13 KM Cirro-cumulus Cirro-stratus Alto-cumulus MIDDELBARE BEWOLKING 2-7 KM Alto-stratus Nimbo-stratus Strato-cumulus LAGE BEWOLKING 0-2 KM Stratus Cumulus Cumulo-nimbus 13

Slide 14: 14

Slide 15: 15

Slide 16: EEN KRIMPENDE WIND IS EEN STINKENDE WIND Niet alleen de bewolking geeft de nadering van het warmtefront weer. Let ook maar eens op de windrichting, de windsnelheid en de luchtdruk. Op zo'n 200 km voor het front uit, krimpt de wind naar zuid tot zuidoost en wakkert iets aan. Vroeger had men dat al snel door. Een krimpende wind kondigt vaak een slechter weertype aan, een krimpende wind is een stinkende wind. De luchtdruk daalt gestaag totdat het warmtefront daadwerkelijk passeert. Een meteoroloog vindt vaak de grootste luchtdrukdalingen bij het warmtefront terug. Daar is immers de warme luchtlaag het dikst geworden. Deze dikke laag warmere en dus lichtere lucht veroorzaakt dus de lagere luchtdruk. Na passage ruimt de wind naar zuid-zuidwest of zuidwest en let dan eens op de temperatuur. Een actief warmtefront veroorzaakt algauw een stijging van 3 tot 4 graden, ook al blijft het dan nog bewolkt en valt er een miezerige motregen. Over die krimpende wind wil ik nog wel eens met je discussiëren. Gezien het feit dat het in Nederland bijna nooit stormt ben ik eigenlijk nooit bang voor een krimpende wind! Zoals de afgelopen week steeds weer een krimpende wind op een nieuwe depressie en ondanks de regen van de warmtefronten ook steeds wind. En daar moeten wij het als molenaars van hebben!! Ik denk dat de uitspraak Krimpende winden en uitgaande vrouwen zijn niet te vertrouwen, meer bestemd is voor boeren die al snel een hekel hebben aan water. Vraag dit maar eens aan de weerkundigen. 16 gr. Simon(uit een winderig Friesland)

Slide 17: Er zijn ook nog een groot aantal verschijnselen, die ons op weg kunnen helpen om een redelijk goede weersverwachting te maken.Hier volgen er een aantal: • Een barometer waar maar weinig beweging in zit geeft stabiel en dus rustig weer. • Stijgt of daalt de barometer snel, dan komt er veel wind. • Ruimende wind geeft meestal beter weer. • Krimpende wind gaat meestal vooraf aan een weersverslechtering. weersverslechtering o Krimpers zijn stinkers. o Krimpende wind en uitgaande vrouwen zijn niet te vertrouwen. o Een zuidooster slinker wordt een noordwester stinker! Aflandige wind, die op een mooie zomerse dag steeds zwakker wordt en tenslotte geheel wegvalt, wordt vaak gevolgd door zeewind. Als bij een bui het weer omslaat en er komt eerst wind en dan regen, zal er meestal niet veel bijzonders gebeuren. Komt er echter bij zo’n weersomslag eerst regen en daarna pas wind, dan is er wèl gevaar. Als de wind komt voor de regen, Dan kunnen de zeilen er wel tegen. Komt de regen vóór de wind, 17 Berg de zeilen dan gezwind!

Slide 18: • Als er bij mooi weer in de zomer in de loop van de morgen cumuluswolken verschijnen met vlakke onderkanten, blijft het meestal mooi weer. • Als er hoog in de lucht ‘veertjes’ verschijnen, kondigen die vaak wind aan. • Als de bewolking langzaamaan melkwit wordt, zal het meestal gaan regenen. • Grote hoog optorenende wolken met een aambeeldvorm geven vaak onweer. • Fonkelende sterren duiden op turbulentie in de bovenlucht en dus op ander weer. • Als bij mooi stil weer in de zomer het zicht slechter wordt, is er kans op onweer. • Smalle hoge cumuluswolken voorspellen ook onweer. • Slecht zicht na regen wordt vaak gevolgd door nog meer regen 18

Slide 19: We meten de luchtdruk in hectoPascal. hectoPascal Vroeger gebruikte men millibaren, wat precies hetzelfde is. Uitermate belangrijk is het de snelheid waarmee de barometer stijgt of daalt in de gaten te houden. Hoe sneller dit gaat, hoe meer wind we kunnen verwachten en hoe heftiger de weersverschijnselen zullen verlopen. Een ijzeren wet uit de Meteo luidt: De barometer waarschuwt altijd! DE VERANDERING VAN DE BAROMETER IS: - per dag in millibar: 1 - sterk stijgend - meer dan vier 2. 1n nadering hogedrukgebied mooi weer 2 - licht stijgend - twee tot vier 3 Weersverbetering op komst 3 - niet merkbaar - nul tot twee 4 Het weer verandert voorlopig niet 4 - licht dalend - twee tot vier 5 Weersverslechtering op komst 5 - sterk dalend - meer dan vier 6 Nadering slecht weer depressie 19

Slide 20: Het binnendringen van een warmtefront. Een warmtefront is een rustig front wat geleidelijk binnendringt. In eerste instantie is de warme lucht alleen op 10 kilometer hoogte aanwezig. Aan het aardoppervlak is deze zichtbaar aan de windveren (Cirrusbewolking). Deze windveren gaan zich steeds meer rangschikken in lijnen en naarmate de warme lucht daalt, worden de windveren dichter. Op dit moment kunnen in de ijskristallen van de windveren optische verschijnselen ontstaan. We krijgen dan een kring om de zon. Wanneer de warme lucht verder daalt naar lagere niveaus gaat deze over in Cirrostratusbewolking. Een melkwitte lucht waar de zon doorheen komt. Er is geen tekening in de bewolking meer waarneembaar en Cirrostratusbewolking gaat vrijwel altijd samen met mooie optische verschijnselen. Voor de mensen die hier in geïnteresseerd zijn is dit een belangrijk moment Als de warme lucht van 10 kilometer hoogte gedaald is tot 5 kilometer hoogte, wordt de Cirrostratus dikker en verandert in Altostratus. De zon schijnt nu heel zwak en de regen is niet ver weg. De eerste regendruppeltjes vallen al. Eventuele kringen om de zon verdwijnen. 20

Slide 21: PASSAGE VAN EEN WARMTEFRONT. We stellen ons voor dat we rechts op de schets staan. De afstand tot de plaats waar het front de grond raakt, kan gemakkelijk 1000 km. zijn. Doordat de warme lucht tegen de koude lucht opglijdt zal bewolking ontstaan, waarbij de situatie stabiel of onstabiel kan zijn. In het laatste geval zullen de weersverschijnselen heviger zijn. 21

Slide 22: warmtefront warmtefront Warme sector Nimbostratus Altostratus Cirrostratus Cirrus 22

Slide 23: KOMST WARMTEFRONT HOGE WOLKEN. CIRRUS (Ci). MET WINDVEREN. De eerste informatie betreffende het naderen van een warmtefront verschaffen de wolken. Allereerst zien we CIRRUS verschijnen. Een warmtefront is de vooste begrenzing van de warme lucht die de koude lucht probeert te verdringen.. In dit stadium wordt van een actieve depressie gesproken. De eerste voortekenen van een naderend warmtefront zijn de cirrus bewolking, hoog boven de kleine cumuli wolken die in omvang afnemen en tenslotte geheel verdwijnen. Wanneer de cirrus bewolking snel langs de hemel trekt (in dat geval liggen de wolkenbanken en draden horizontaal) volgen regen en wind al na 23 enkele uren.. Als de cirrus bewolking langzaam opdringt kan het nog wel 24 uur duren voordat het slechte weer eraan komt.

Slide 24: NADERING WARMTEFRONT: KENMERKEN: * WIND NEEMT TOE EN KRIMT NAAR HET ZUIDEN. Verschillende windrichtingen op diverse hoogten • LUCHTDRUK DAALT • ZICHT: EERST GOED, DAAARNA STERK AFNEMEND. • TEMPERATUUR: DAALT ENKELE VORMEN VAN CIRRUSBEWOLKING ZIJN TE ZIEN OP DE 24 VOLGENDE FOTO’S

Slide 25: Cirrus (Cs) Cirrus betekent haarlok of franje. Deze wolken bestaan uit ijsdeeltjes vanwege hun de grote hoogte waar het erg koud is. Vaak is de structuur draderig. Deze windveren, zijn vaak de voorbode van een naderend warmtefront en dus van een weersverslechtering zijn, vooral als ze flink in beweging zijn. De trekrichting van deze ijle bewolking is ongeveer gelijk aan de naderende depressiekern. De wind heeft aan de grond de neiging tot krimpen van Zuidwest naar Zuid en de barometer staat 25 stil of begint te dalen.

Slide 26: Cirrus (Cs) 26

Slide 27: Cirruswolken onderscheiden zich van Cirrostratus door het feit dat zij niet een aaneengesloten geheel vormen en dat eventueel aaneengesloten delen slechts smal zijn of een geringe horizontale uitgestrektheid hebben. Dicht bij de horizon is Cirrus dikwijls moeilijk te onderscheiden van Cirrostratus. Dichte Cirruspartijen zijn te onderscheiden van Altostratusvelden door hun kleinere horizontale 27 afmetingen en door hun overwegend witte uiterlijk.

Slide 28: Cirrus (Cs) 28

Slide 29: De Cirrus bewolking gaat over in Cirrostratus (Cs) Halo of bijzon Gewone cirrusbewolking verschijnt voor het front uit..Vaak is de structuur draderig. De warme lucht wordt tot grote hoogten gevoerd. De instraling van de zon wordt geleidelijk minder. De cirrus blijft toenemen en spreidt zich geleidelijk uit tot een deken van Cirrostratus. In eerste instantie kan dat slechts een dunne sluier zijn, nauwelijks waarneembaar voor het blote oog. Dan heb je29 om kans halo’s te zien. Dit stadium duurt over het algemeen vrij kort.

Slide 30: Cirrostratus (Cs) Deze soort hoort tot de hoge gelaagde bewolking. Het is een doorzichtige of doorschijnende, witachtige wolkensluier die de hemel geheel, of gedeeltelijk bedekt en waarin vaak halo’s (kringen rond zon of maan) te zien zijn. Cirrostratus doet vaak “pijn” aan je ogen (zonnebrilweer) Cirrostratus is een belangrijke en veelal betrouwbare weervoorspeller. Het duidt op de aanwezigheid van warmere, vochtige lucht op grote hoogte. Meestal volgt een warmtefront. Vaak is deze wolkensoort al geruime tijd voor de eigenlijke frontpassage zichtbaar. CIRROSTRATUS: VOORSPELLENDE WAARDE: Dit soort bewolking kondigt een naderend WAARDE warmtefront of slecht weer aan. 30

Slide 31: Cirrostratus CIRROSTRATUS (Cs). Stratus betekent uitspreiden. Cirrostratus kan grote gedeelten van de hemel bedekken en geheel ondoorzichtig zijn. Dit duidt op de aanwezigheid van warme vochtige lucht op grote hoogte en kondigt vaak een warmtefront aan.In deze bewolking doen zich soms ook z.g.n. halo-verschijnselen, kringen om de zon en de maan. 31

Slide 32: 32

Slide 33: Totdat Cirrostratus te dik wordt voor optische verschijnselen.(halo’s dus) Hierna is de Cirrostratus beter te zien en vertoont een duidelijke vezelachtige structuur.. De zon is nog te zien, maar de temperatuur neemt af. Bovendien neemt de wind in kracht toe. Vliegtuigstrepen blijven lang 33 zichtbaar.

Slide 34: Condensspoor-vliegtuigstreep (soort cirrus) Condenssporen (ook wel vliegtuigstrepen genoemd) die het licht van de zon iets kunnen temperen, zijn kunstmatige wolken die ontstaan doordat uitlaatgassen van vliegtuigmotoren de hoeveelheid waterdamp en roetdeeltjes in de lucht op de vliegroute doen toenemen. Dat gebeurt meestal rond 10 kilometer hoogte in de atmosfeer, waar de lucht zeer koud is en het meer dan 40 graden vriest. Koude lucht kan maar weinig waterdamp bevatten en de extra waterdamp, die daar in de lucht wordt gebracht, leidt daarom direct tot wolkenvorming in de vorm van strepen. De streep begint meestal een eindje achter het vliegtuig, omdat de warmte van de uitlaatgassen wolkenvorming dichtbij de motoren belemmert. De strepen verraden veel over de atmosfeer op grote hoogte. Lossen ze snel op dan wijst dat op droge lucht en is de kans op een weersomslag klein. VOORSPELLENDE WAARDE: Lossen de vliegtuigstrepen langzaam op en groeien ze flink uit dan is er in de regel een weersverandering op til, die hooguit een paar dagen op zich laat wachten. De meer uitgestrekte wolkensluiers zijn soms moeilijk te onderscheiden van natuurlijke hoge bewolking en blijven lang intact. Uit satellietwaarnemingen blijkt dat vliegtuigstrepen in omgeving Nederland en België in veel gevallen langer dan een dag blijven bestaan 34

Slide 35: CIRROCUMULUS (Cc) Cirrocumulus is hetzelfde als gewone Cumulus, maar dan op grote hoogte. Wijst op onstabiliteit en is vaak de voorbode van een naderende storing. 35

Slide 36: CIRROCUMULUS (cc) De bewolking wordt dikker en zit al een eind lager. Het licht van de zon is niet meer zichtbaar. De 36 regen is niet ver weg meer.

Slide 37: CIRROCUMULUS (cc) Na enkele uren trekt de lucht dicht. De barometer zakt en de temperatuur stijgt. Na de eerste cirrusbewolking met windveren komt de Cirrocumulus of Cirrostratus, maar ze kunnen ook beiden voorkomen. Cirrocumulus is een hoge wolkensoort die bestaat uit ijskristallen en ziet er uit als dunne witte plukjes in de vorm van een laag of bank van wolken zonder schaduwpartijen. Cirrocumulus (Cc) hoort tot bij de categorie hoge stapelwolken. Dit duidt er op dat op een hoog niveau onstabiliteit bestaat. Het geldt als een voorbode voor onweer. VOORSPELLENDE WAARDE: onstabiliteit in de hogere luchtlagen. Dit kan wijzen WAARDE 37 op het naderen van een storing, die binnen afzienbare tijd zijn invloed zal doen gelden. Het is zaak om naar de lucht te blijven kijken om te zien hoe het uitpakt!

Slide 38: CIRROCUMULUS (cc) 38

Slide 39: CIRROCUMULUS (cc) 39

Slide 40: Hierna komt Altostratus bewolking op de plaats van het grensvlak van warme lucht over de koude lucht glijdt en deze spoedig zal verdrijven Dak krijg je regen. Is de temperatuur onder nul, dan heb je kans op ijzel. ALTOSTRATUS (As) ALTOSTRATUS (As). VOORSPELLENDE WAARDE: Dit zijn middelhoge wolken en we zien dus het WAARDE wolkendek langzaam zakken en meestal ook dikker worden. Bij deze wolkensoort is de lucht a.h.w. verstopt met wolken. De voorspellende waarde is groot, zeker als ze vooraf gegaan worden door Cirrostratus en Altocumulus. Vaak wordt Altostratus dikker en dikker en komt ze steeds lager. Het warmtefront waaraan ze 40 meestal voorafgaan, is dan niet ver meer weg. Grote kans op regen.

Slide 41: Altostratus (As) De bewolking neemt verder toe en wordt lager. Het is nu een deken van Altostratus geworden die vaak een vezelachtige structuur heeft. De zon is nog wel zichtbaar, maar erg wazig. 41De Altostratus wordt alsmaar dikker en lager en er komt neerslag bij.

Slide 42: Altostratus (As) 42

Slide 43: ALTOSTRATUS (As). Altostratus (As) 43

Slide 44: Altostratus is in het algemeen zo dicht, dat de zon zelfs door de dunnere gedeelten slechts vaag, als door een matglas zichtbaar is De dikkere gedeelten kunnen zo dicht zijn dat de zon er geheel achter schuil gaat Altostratus 44 Voorbode van naderend front

Slide 45: Altostratus (As) 45

Slide 46: Altostratus (As) 46

Slide 47: 1. Nimbostratus (Ns) (de regenbrenger!) Onder Nimbostratus (Ns) komen vaak lage wolkenflarden voor. Nimbostratus komt altijd voor bij een warmtefront. Het verschijnt meestal gedurende enkele uren, waarbij de temperatuur geleidelijk stijgt. Wanneer er onder de egale grijze wolken nog lager drijvende losse flarden verschijnen, mag men verwachten dat de eigenlijke frontpassage niet lang op zich zal laten wachten. De wind ruimt geleidelijk bij de passage van het front. VOORSPELLENDE WAARDE: Zolang de Nimbostratus structuurloos en ééntonig WAARDE grijs blijft, valt aanhoudend neerslag. Na een vorstperiode kan uit deze neerslag ijzel ontstaan. Uit de gaalgrijze Nimbostratus valt onafgebroken regen en dit gaat door totdat de middelbare bewolking tekenen vertoont te gaan breken. Daaronder vormen zich rafelige laaghangende wolkenflarden. Dit betekent dat het47 warmtefront ons passeert. Er komt dus warmere lucht.

Slide 48: Nimbostratus (Ns) WOLKEN MET GROTE VERTIKALE ONTWIKKELING. Nimbostratus (Ns) Het Latijnse woordenboek geeft onder nimbus: wolk, donderwolk en stortbui. Doordat Nimbostratus vaak kilometers dik is veroorzaakt ze donker weer, want hoe dikker de laag, 48 hoe moeilijker het zonlicht er doorheen zal kunnen komen.

Slide 49: Nimbostratus (Ns) 49

Slide 50: Nimbostratus (Ns) Dit is een grijs, dikwijls donker wolkendek met onscherp uiterlijk, waaruit vrijwel onophoudelijk regen of sneeuw valt. De zon is niet te zien. Na een vorstperiode kan uit deze neerslag ijzel ontstaan. Wanneer de frontale zone bijna boven ons is, is de bewolking overgegaan in Nimbostratus. De neerslag valt min of meer continu met soms zwaardere neerslag, parallel aan het front.De frontale 50 zone is nu bijna boven ons.

Slide 51: Nimbostratus (Ns) 51

Slide 52: Nimbostratus (Ns) 52

Slide 53: Nimbostratus (Ns) 53

Slide 54: Tijdens de frontpassage: We zien dat nu de meeste regen valt en het zicht zal dan ook slecht zijn. De Nimbostratus. kan kilometers dik zijn en laat dus weinig licht door. Het Latijnse woordenboek geeft onder nimbus: wolk, donderwolk en stortbui. Deze bewolking komt vaak voor in de buurt van een warmtefront en kan langdurige regen veroorzaken. De wind zal de neiging hebben wat te ruimen en kan nog toenemen, terwijl de barometer wat langzamer gaat dalen of gelijk blijft. De temperatuur zal wat stijgen, want we komen in de warme lucht achter het front terecht. Deze stijging blijft meestal beperkt tot een paar graden en is dus niet echt spectaculair. Bedenk wel dat een front nooit een messcherpe scheiding is tussen de twee luchtsoorten, maar meer 54 een overgangsgebied.

Slide 55: Passage van het warmtefront. De passage gaat ongemerkt. Het gaat gewoon regenen. De wind zal iets draaien en de temperatuur stijgt. Vooral in de winter is dit goed merkbaar. De vochtigheidsgraad wordt hoger en het zicht neemt af. De regen die valt is licht, maar hoe dichter bij de kern, des te regenachtiger het is. Totdat het koufront er is, zal lichte regen of motregen vallen uit de Nimbostratusbewolking. Bijzonderheden: Onweer op een warmtefront is uitzonderlijk, maar niet uitgesloten. Een warmtefront geeft altijd gelijkmatige regen. 55

Slide 56: stratus Na de frontpassage: Aanvankelijk nog regen, maar deze wordt minder en gaat meestal over in motregen, waarna het droog kan worden; soms komen er opklaringen. De lucht wordt lichter, want de Nimbostratus maakt weer plaats voor Stratus. Het zicht blijft nog matig, want we zitten zo goed als zeker in het Warmtefront. De temperatuur kan nog licht stijgen. De barometer daalt wat, of blijft gelijk. De wind kan nog wat ruimen en blijft ongeveer gelijk in kracht. 56 We moeten ons nu wel blijven realiseren, dat dit een basispatroon is en en dat zich vele variaties kunnen voordoen

Slide 57: Na de warmtefrontpassage dringt de warmere en vochtige lucht uit de warme sector ons land binnen.In deze warme sector is de hemel soms bedekt met een laag stratocumulus. De bewolking vlakt af en wij mogen zonnige perioden verwachten . Het weer voelt dikwijls klam en drukkend aan. In de zomer zelfs broeierig. Naarmate de warme sector voorbijtrekt, komen wij dichter bij een naderend koufront, dat een veel steiler helling heeft dan een warmtefront. De koude lucht wrikt zich door zijn grotere gewicht onder de warme lucht. Daarbij wordt de warme lucht opgetild. Wanneer de temperatuurtegenstellingen tussen de luchtsoorten niet zo groot zijn is de optilling van de lucht gering. Er vallen hooguit enkele spatten regen. Spoedig is de regen voorbij en breekt de lucht. Flinke stukken blauwe lucht vertonen (zwak koufront)zich. Bij een sneltrekkende depressie en grote temperatuur verschillen tussen de luchtsoorten wordt de warme lucht veel heftiger langs het koufront opgetild.. Bij dit soort koufrontpassages is er een korte periode met hevige slagregens, soms met onweer. De warme lucht wordt tot grote hoogtes opgeduwd. Langs het frontvlak vormen zich grote Cumulonimbi, gevolgd dor talrijke buien. Tijdens de passage van het warmtefront zijn er duidelijke veranderingen: •Wind ruimt van zuidoost of zuid naar zuidwest. •Luchtdruk: stopt met dalen •Bewolking: Nimbostratus •Neerslag: verdwijnt of neemt af tot motregen. Zicht: wordt slechter. 57 • Hierna: WARME SECTOR:

Slide 58: Stratocumulus (Sc) 58

Slide 59: Stratocumulus (Sc) 59

Slide 60: Stratocumulus (Sc) 60

Slide 61: Stratocumulus (Sc) 3.Stratocumulus (Sc) Stratocumulus(Sc) Dit zijn grijze of witachtige wolkenlagen, waarin bijna altijd donkere gedeelten voorkomen. De voorspellende waarde van Stratocumulus is op zichzelf niet groot. Deze wolkensoort komt vaak voor in de zgn. warme sector, tussen warmte- en koufront. Stratocumulus, voorkomend in een warme sector, wanneer de temperatuur duidelijk gestegen is, wordt vaak gevolgd door een koufront, bestaande uit cumulusnimbus. VOORSPELLENDE WAARDE: Ook nu komen er verspreid een paar buien voor. 61 Tussen de buien door schijnt de zon

Slide 62: PASSAGE VAN EEN KOUFRONT. Vóór de front passage: Op de tekening zien we zo’n passage schematisch weergegeven. Het eerste wat opvalt is dat het front veel steiler is, waardoor de passage korter duurt, ook al omdat een Koufront sneller is dan een Warmtefront. 62

Slide 63: KOUDE LUCHT IN DE AANVAL Het weer dat bij KOUFRONTEN optreedt is bijna altijd geheel anders dan bij de passage van een warmtefront. Een koufront is de begrenzing van warme en koude lucht, waarbij warme lucht door koude lucht wordt vervangen.. Vooral in de zomer gaat het verdrijven van de warmere lucht niet zelden met flinke onweersbuien gepaard. Hierbij kunnen hagel, zware windstoten en zelfs windhozen optreden - verschijnselen die u nabij een warmtefront vrijwel nooit zult aantreffen! Koufronten kondigen zich vaak aan door hoog optorenende muur van buienwolken. Het weer rond koufrontpassages Voorafgaand aan de passage van een warmtefront kan het langdurig, tot zelfs wel een dag achtereen regenen, waarbij het zelden echt hard regent en het zelfs vaak bij motregen blijft. Een koufrontpassage echter gaat gepaard met buiige neerslag, die zelden langer dan een paar uur aanhoudt … vaak zelfs minder. Verder zet de regen van een koufront vaak plotseling in en houdt meestal ook vrij plotseling op. Na de passage van het koufront klaart het gewoonlijk flink op. Enige tijd nadat het koufront voorbij is komen er gewoonlijk buien. Dat kunnen losse buien zijn, maar ook in de vorm van een buienlijn. 63

Slide 64: HET WEER NA DE PASSAGE VAN EEN KOUFRONT De wind is geruimd, dus gedraaid in de richting van de wijzers van de klok. Vaak klaart het voor enkele uren op. Dit komt doordat als gevolg van dalende luchtbewegingen achter het koufront de vorming van bewolking wordt tegengegaan. Bovendien is de lucht achter een koufront vaak droog. Hierdoor kunt je genieten van mooie vergezichten. Later, wanneer de bovenlucht nog kouder wordt en de lucht dus onstabieler wordt, kunnen er buien ontstaan. Soms zijn deze buien, zoals eerder genoemd, in lijnen gegroepeerd en spreken we van troggen. Ook tijdens de passage van zo'n trog kunnen zware buien voorkomen, die gepaard kunnen gaan met onweer, hagel en windstoten, ook in de winter. Na het front klaart het vaak sterk op. Na enige tijd doemen dan vaak losse buien op, die fraaie plaatjes opleveren. Het klaart tussen de buien meestal sterk op.Vaak gepaard gaande met mooie blauwe luchten. 64

Slide 65: HOE KONDIGT EEN KOUFRONT ZICH AAN? Vooral in het zomerhalfjaar kunnen op koufronten flinke onweersbuien voorkomen. Voor het front uit krimpt de wind vaak naar zuidelijke richtingen en wordt de aanvoer van warme lucht vanuit het zuiden versterkt. En omdat er meestal ook sprake is van dalende luchtbewegingen verdwijnt de meeste bewolking en mede dankzij de zon kan de temperatuur flink oplopen. De wind trekt geleidelijk aan. Soms al uren tevoren kunnen we hoog op torenende buienwolken zien, die kennelijk met het front samengaan. Als er onweer voorkomt kun je op de AM-radio een geleidelijk toenemend gekraak horen als gevolg van de bliksemontladingen tijdens de onweersbuien. De barometer zien we dalen. Als het front ons eenmaal bijna bereikt heeft kan het onder de hoog reikende wolken zeer donker worden en het plotseling hard gaan regenen. Ook onweer en hagel is mogelijk. 65

Slide 66: HET KOUFRONT Wanneer een koufront passeert zijn er grote veranderingen: •WIND: ruimt plotseling, mogelijk met zware windstoten. •LUCHTDRUK: plotselinge stijging •BEWOLKING: verandert in Cb •NEERSLAG: zware regen, mogelijk met hagel en donder •TEMPERATUUR: snelle daling Het weer tijdens de passage van een koufront Heel plotseling kan het gaan regenen, waarbij dikwijls grote druppels vallen. Tijdens zware buien kan het zicht sterk teruglopen, gevaarlijke windstoten komen veelvuldig voor!. Bovendien kan er - naast onweer - ook hagel voorkomen. Ook kan de temperatuur sterk dalen. Naarmate het front vordert nemen wind en regenintensiteit gewoonlijk wat af en niet lang erna zien we meestal achter het front de zon doorbreken. 66

Slide 67: De passage van een koufront.De passage gaat niet onopgemerkt. Het is moeilijk het koufront koufront aan te zien komen. Het zicht is slecht en de hemel is bedekt met Nimbostratusbewolking. De enige herkenning is vaak het donker worden van de lucht. Naarmate de donkere lucht dichterbij komt, worden snel jagende wolkenflarden zichtbaar. Als die overtrekken gaat het flink regenen. Soms stortregenen. Dit duurt kort en afhankelijk van de treksnelheid van het front is het na 15 minuten weer droog. Dan klaart het op, breekt de zon door en draait de wind. De passage gaat regelmatig met windstoten gepaard. Bij een koufront daalt verder de temperatuur. De vochtigheidgraad daalt en het zicht verbetert. Na enige tijd neemt de wind toe. Aan de achterzijde is soms een mooi aambeeld te zien van het koufront. Na het binnendringen van een koufront draait de wind. Hoe sterker de wind draait, des te actiever het front. Dit zijn radarbeelden van het binnendringen van een actief koufront. Gedurende een tiental minuten waaide en regende het flink. Het koufront is herkenbaar aan de smalle rode lijn die van noord naar zuid loopt. Een koufront is vaak beduidend langer dan een warmtefront. Soms loopt dit front door naar de volgende lagedrukkern. Het koufront is dan een stuk zwakker dan dichtbij de kern. We noemen dit dan het arctisch front. Het is de scheiding tussen lucht uit de pool en lucht uit de subtropen. Bijzonderheden: •Een snel trekkend koufront geeft vaak windstoten. •Een koufront gaat regelmatig met onweer samen. 67 •Een koufront kan hagel produceren.

Slide 68: Na een koufrontpassage ontstaat vaak, na enige tijd van helder weer, cumulusbewolking. Wanneer de wolken verticaal uitgroeien tot cumulusnimbus zullen buien ontstaan. Cumulus kent in de zomer vaak een “dagelijkse gang””, d.w.z in de morgen geen bewolking, op het eind van de morgen klein en toenemend. In de namiddag is de bewolking op een hoogtepunt en met het zakken van de zon schrompelen de wolken ineen. Ps.Voorafgaand aan de passage van een koufront krimpt de wind en daalt de barometer. De passage gaat gepaard met urenlange en hevige regenbuien met windstoten en/of onweer. Daarna ruimt de wind, stijgt de barometer en daalt de temperatuur. 68 Ook volgen daarna de opklaringen.

Slide 69: Grote cumulus wolken hebben een “eigen wind”. Wanneer een grote cumuluswolk langs de molen trekt, zal de wind van tevoren wat afnemen en enigszins gaan “scharrelen”. Wanneer de donkere onderkant boven de molen ligt, zal de wind tijdelijk toenemen en ook wel eens afwijkend van richting zijn. (dus niet direct gaan kruien!) Wanneer delen van de wolk onscherp worden, vooral vlak onder aan de top, kan de wolk uitgroeien tot een buienwolk (cumulusnimbus) KENMERKEN: Cumulus van geringe verticale afmeting en schijnbaar afgeplat, of gerafelde KENMERKEN Cumulus, echter niet van het slechtweertype, of beide. VOORSPELLENDE WAARDE: Het weer is stabiel, helder, zonnig en droog. Na een koufrontpassage willen de bewolking nog wel eens snel toenemen. 69

Slide 70: Cumulus 70

Slide 71: Cumulus 71

Slide 72: Cumulus 72

Slide 73: Cumulus 73

Slide 74: Verder zien we de warme lucht opglijden langs de bovenkant van het front. Als het al droog was, komt er weer motregen, die gevolgd wordt door zwaardere regen. De regenzone zit nu veel dichter bij het front dan bij het Warmtefront. Meestal is die zône niet breder dan 100 tot 150 km. Door ons